Onze onderwijsvisie

VISIE

Binnen  het Freinetonderwijs van de Telescoop willen we het leren levensecht maken. De klasactiviteiten vertrekken vanuit de interesses die kinderen en/of de leefgroep naar voor brengen. De kernvraag van ons onderwijs is wat de kinderen boeit en bezighoudt. Zo worden zowel de nieuwsgierigheid als de leergierigheid van het kind geprikkeld en wordt de band tussen de leerstof en de realiteitsbeleving versterkt.

Interactie tussen kind en begeleider (leerkracht),  kinderen in de leefgroep (klas) en kinderen in de hele school, zorgt ervoor dat het leren geen dode materie blijft. Door de leerstof te begrijpen en er het nut van in te zien, wordt leren voor het kind een evidentie.

Begeleiders geven kennis door aan de kinderen en staan model. Verder volgen ze ieder kind in zijn volledige ontwikkeling en oriënteren ze waar nodig.

In de Telescoop wordt weinig klassikaal lesgegeven. De begeleider staat niet vooraan het bord, maar de klas gaat vaak in kleine groepjes aan de slag. Sommige kinderen werken zelfstandig. Zo is het mogelijk dat enkele kinderen aan wiskunde werken, anderen met Nederlands bezig zijn en nog andere een uitstap aan het plannen zijn.

We streven naar een evenwicht tussen constructivistisch (1) en instructivistisch onderwijs (2). Zo worden de leerinhouden zoveel mogelijk binnen een onderzoek geplaatst. De instructie en inoefenmomenten worden hieraan gekoppeld.  Samen met de kinderen worden de onderwerpen gekozen en gepland. Om dit op elkaar af te stemmen wordt  veel aandacht besteed aan groepsoverleg.

De leerlingen brengen vanuit hun belangstelling leerinhouden aan die ze willen onderzoeken. De begeleider begeleidt dit proces en koppelt het geleerde aan de te bereiken leerplandoelen. 

Samenwerken tussen kinderen en volwassenen en kinderen is de regel binnen onze verschillende werkvormen. Zo werken we in graadsklassen, zodat kinderen van verschillende leeftijden van elkaar kunnen leren.  Daarnaast stimuleren we ook de samenwerking tussen de verschillende leefgroepen door klasoverschrijdende activiteiten te organiseren, zoals schoolateliers. Dit verrijkt de sociale interactie en leert kinderen omgaan met verschillen, zoals verschillen in interesses, aanleg, ontwikkeling, competenties en dergelijke. 

Binnen dit coöperatief leerklimaat (3) staat waardeontwikkeling centraal. Samenwerken gaat voor individueel presteren. Daarom benadrukken we de waarden die gericht zijn op solidariteit en wederzijds respect.

Ook didactisch gezien krijgt de inbreng van kinderen juist leerwaarde, doordat ze binnen een leer– en leefgemeenschap verwerkt wordt. Creativiteit, samenhorigheid, verdraagzaamheid en respect krijgen door deze manier van samenleven en samenwerken veel aandacht.

Het coöperatieve beperkt zich niet alleen tot de klas. Begeleiders werken onderling nauw samen als team. Overlegmomenten en teamvergaderingen  zijn de basis om de gezamenlijke visie te bewaken, afspraken te maken , kinderen met specifieke problemen goed te begeleiden, kinderen te oriënteren, samen nieuwe ideeën te bespreken en eventueel uit te testen.

Niet enkel begeleiders, maar ook ouders zijn  vaste partners in de uitbouw van onze school. Hun inbreng wordt georganiseerd in overleg. Ouders worden gezien als ’deskundigen van hun eigen kinderen’, terwijl begeleiders als ’deskundigen van de klasgroep en als pedagogische deskundigen’ worden gezien.

Om te kunnen omgaan met verschillen tussen kinderen gebruiken we een kindvolgsysteem. De gegevens uit dit kindvolgsysteem geven aanleiding tot overleg met alle betrokkenen (kind, ouder, begeleiders, externe deskundigen en dergelijke)

Zelfstandig werk, bijdragen aan projecten en leiding van groepsvergaderingen worden in  de lagere school geëvalueerd in een groeiboek. Hierin wordt zowel belang gehecht aan de sociale ontwikkeling als aan de groei in kennis, vaardigheden en attitudes.

We besteden bijzondere aandacht aan de materiële uitbouw van de school volgens de pedagogische uitgangspunten en het interactieve onderwijs. Daarnaast hechten we veel belang aan gezelligheid en huislijkheid om het leren in een zoveel mogelijk in een natuurlijke context te laten plaatsvinden.

(1) constructivistisch onderwijs: leerlingen leren door leerinhouden te onderzoeken

(2) instructivistisch onderwijs: leerlingen leren uit instructies. De begeleider toont hoe het moet.

(3) coöperatief leren: samen leren van en door elkaar. de kinderen helpen mekaar bij het leren.

Célestin Freinet